Dutch · Infinitives, Future & Passive
Zou, zullen and gaan
Dutch uses three helper verbs to talk about the future and about what would happen.
- gaan + infinitive for plans and things about to happen: Het gaat regenen (It's going to rain). Forms: ga, gaat, gaan.
- zullen + infinitive for promises, and with wel for a guess about the present: Hij zal wel moe zijn (He's probably tired). Forms: zal, zult (jij/u), zullen. For plans, zal is often possible next to ga.
- zou / zouden is the conditional: unreal situations (Als ik rijk was, zou ik reizen), polite requests (Zou u even willen wachten?), advice (Je zou moeten rusten), the future seen from the past (Hij zei dat hij zou komen) and things you have only heard (De trein zou vertraging hebben).
Examples
- Wat ga je morgen doen?
- Ik zal je vanavond bellen.
- Ze zal wel op haar werk zijn.
- Zou je het raam open kunnen doen?
- Als ik tijd had, zou ik je helpen.
Try it yourself
Wat jullie dit weekend doen?Show answer
Wat gaan jullie dit weekend doen?
Het is zeker: volgend jaar ik in Groningen studeren.Show answer
Het is zeker: volgend jaar ga ik in Groningen studeren.
Wanneer jij je rijbewijs halen?Show answer
Wanneer ga jij je rijbewijs halen?
Kijk uit, je vallen!Show answer
Kijk uit, je gaat vallen!
Wat een donkere wolken; het zo regenen.Show answer
Wat een donkere wolken; het gaat zo regenen.
Goed nieuws: mijn zus in juni trouwen!Show answer
Goed nieuws: mijn zus gaat in juni trouwen!
Hij is er nog niet; hij wel in de file staan.Show answer
Hij is er nog niet; hij zal wel in de file staan.
Er wordt gebeld; dat de postbode wel zijn.Show answer
Er wordt gebeld; dat zal de postbode wel zijn.
De kinderen wel honger hebben na het zwemmen.Show answer
De kinderen zullen wel honger hebben na het zwemmen.
Jij wel moe zijn na die lange reis.Show answer
Jij zult wel moe zijn na die lange reis.
App
Languages
Stories
Become a creator
Featuring program
Affiliate program
Beta program
one sec × LENGO
Contact & help
About LENGO
Team & jobs
Press kit
Privacy
Terms