Skip to content
Dutch · Verbs in Present tense

Weten, kennen or kunnen?

English know has three Dutch translations, and the words that follow decide which one you need.

  • weten + a fact or a clause (waar, wie, hoe, of, dat): Ik weet waar hij woont. Weten never adds a -t: ik weet, jij weet, u weet, hij weet, plural weten.
  • kennen + a person, place, book or song: Ik ken haar al jaren. Forms: ik ken, ken jij?, jij/u/hij kent, plural kennen.
  • kunnen + an infinitive (can, know how to): Ik kan zwemmen. Forms: ik kan, jij kunt/kan, kun/kan jij?, u kunt/kan, hij kan, plural kunnen.

Compare Weet jij hoe je dit maakt? with Kun jij dit maken? With a language, kennen is the textbook choice (Ze kent goed Nederlands), but Ze kan goed Nederlands is just as common in the Netherlands. The most neutral verb is spreken.

Examples

  • Weet jij waar de bakker is?
  • Ik ken die man niet.
  • Kun jij Frans lezen?
  • Ze weten niet dat hij ziek is.
  • Kent u deze stad?

Try it yourself

(Weten/Kennen/Kunnen) jij waar het station is?Show answer
Weet jij waar het station is?
(Weten/Kennen/Kunnen) jij mijn zus Sanne al?Show answer
Ken jij mijn zus Sanne al?
(Weten/Kennen/Kunnen) jij zwemmen?Show answer
Kun jij zwemmen?
Ik (weten/kennen/kunnen) niet hoe laat de supermarkt opengaat.Show answer
Ik weet niet hoe laat de supermarkt opengaat.
Ik (weten/kennen/kunnen) hem van de sportschool.Show answer
Ik ken hem van de sportschool.
Ik (weten/kennen/kunnen) niet koken, maar mijn man wel.Show answer
Ik kan niet koken, maar mijn man wel.
(Weten/Kennen/Kunnen) u of deze trein naar Utrecht gaat?Show answer
Weet u of deze trein naar Utrecht gaat?
(Weten/Kennen/Kunnen) u meneer De Vries? Hij woont hiernaast.Show answer
Kent u meneer De Vries? Hij woont hiernaast.
(Weten/Kennen/Kunnen) u al autorijden?Show answer
Kunt u al autorijden?
Hoe oud is jouw buurman? Ik (weten/kennen/kunnen) het niet.Show answer
Hoe oud is jouw buurman? Ik weet het niet.