Skip to content
Dutch · Prepositions

Verbs & Adjectives with Fixed Prepositions

Many Dutch verbs and adjectives always go with the same preposition, and it is often not the one English uses. Learn them as a pair:

  • wachten op (wait for), denken aan (think of), houden van (love), kijken naar (look at), zorgen voor (take care of), vragen om (ask for), lijken op (look like), zin hebben in (feel like)
  • bang voor (afraid of), trots op (proud of), dol op (crazy about), goed in (good at), klaar met (finished with), afhankelijk van (dependent on)

A few combinations accept two prepositions: tevreden over or tevreden met (satisfied with). In Belgium you will also hear bang van, but the standard form taught here is bang voor: Ik ben bang voor honden (I'm afraid of dogs).

Examples

  • Ik wacht op mijn vriendin.
  • Hij houdt van voetbal.
  • Ben je bang voor spinnen?
  • Ze is trots op haar werk.
  • Heb je zin in een ijsje?

Try it yourself

We wachten al twintig minuten de bus.Show answer
We wachten al twintig minuten op de bus.
Ik denk vaak mijn oma.Show answer
Ik denk vaak aan mijn oma.
Mijn vader houdt klassieke muziek.Show answer
Mijn vader houdt van klassieke muziek.
Ze kijkt elke avond het journaal.Show answer
Ze kijkt elke avond naar het journaal.
Hij luistert graag podcasts.Show answer
Hij luistert graag naar podcasts.
We hebben lang het probleem gepraat.Show answer
We hebben lang over het probleem gepraat.
Wie zorgt de kinderen als jullie weg zijn?Show answer
Wie zorgt voor de kinderen als jullie weg zijn?
Hij vraagt de ober de rekening.Show answer
Hij vraagt de ober om de rekening.
We genieten het mooie weer.Show answer
We genieten van het mooie weer.
Ik begin morgen een nieuwe cursus.Show answer
Ik begin morgen met een nieuwe cursus.