Dutch · Adjectives & Comparison
With or Without -e
Before a noun, a Dutch adjective usually ends in -e: de warme jas, het kleine huis, leuke buren. There is only one situation without -e: a singular het-word after een, geen, ieder/elk, veel, zo'n, welk or with no article at all.
- een klein huis (a small house) but het kleine huis (the small house)
- geen warm water, vers brood
- de-words always get -e: een warme jas, koude melk
- after de, het, dit, dat, deze, die and mijn, jouw, onze, hun always -e
- plural always -e: twee zwarte katten
After a verb such as zijn, the adjective never changes: Deze stad is mooi. (This city is beautiful.)
Examples
- Wij wonen in een oud huis.
- Het oude huis staat aan de gracht.
- Mijn nieuwe fiets is blauw.
- Zij drinkt geen koud water.
- De kinderen zijn erg moe.
Try it yourself
Wij hebben een (klein) huis in Leiden.Show answer
Wij hebben een klein huis in Leiden.
Het (klein) huis naast de kerk is van ons.Show answer
Het kleine huis naast de kerk is van ons.
Ik zoek een (warm) jas voor de winter.Show answer
Ik zoek een warme jas voor de winter.
De (warm) jas hangt in de gang.Show answer
De warme jas hangt in de gang.
Ik lees een (nieuw) boek over Amsterdam.Show answer
Ik lees een nieuw boek over Amsterdam.
Het (nieuw) boek ligt op tafel.Show answer
Het nieuwe boek ligt op tafel.
Amsterdam is een (mooi) stad.Show answer
Amsterdam is een mooie stad.
Deze stad is heel (mooi).Show answer
Deze stad is heel mooi.
Hij heeft een (zwart) fiets met een mandje.Show answer
Hij heeft een zwarte fiets met een mandje.
Is die fiets (zwart) of blauw?Show answer
Is die fiets zwart of blauw?
App
Languages
Stories
Become a creator
Featuring program
Affiliate program
Beta program
one sec × LENGO
Contact & help
About LENGO
Team & jobs
Press kit
Privacy
Terms