Skip to content
Dutch · Separable & Reflexive Verbs

Separable Verbs: Participle, te and Word Order

A separable verb only splits in a main clause in the present or simple past (Ik bel haar op). Everywhere else the particle stays with the verb:

  • Perfect: ge- goes between the particle and the verb, all in one word: opbellen → opgebeld, meenemen → meegenomen, uitnodigen → uitgenodigd.
  • te-infinitive: te goes in the middle and you write three words: op te ruimen, mee te nemen, om na te denken.
  • After a modal verb or gaan: the infinitive stays whole: Ik moet vroeg opstaan. Ik ga mijn kamer opruimen.
  • Subordinate clause (als, omdat, of, terwijl): the conjugated verb moves to the end as one word: als je aankomt (when you arrive), omdat ik vroeg opsta (because I get up early).

Examples

  • Ik heb mijn vader gisteren opgebeld.
  • Vergeet niet je jas mee te nemen.
  • Ik moet morgen vroeg opstaan.
  • Bel me als je thuiskomt.
  • We zijn om acht uur aangekomen.

Try it yourself

Morgen moet ik om zes uur (opstaan).Show answer
Morgen moet ik om zes uur opstaan.
Kun je me vanavond even (opbellen)?Show answer
Kun je me vanavond even opbellen?
Ik ga zaterdag mijn kamer (opruimen).Show answer
Ik ga zaterdag mijn kamer opruimen.
Wil jij de kinderen om drie uur van school (ophalen)?Show answer
Wil jij de kinderen om drie uur van school ophalen?
Mag mijn vriendin morgen (meekomen)?Show answer
Mag mijn vriendin morgen meekomen?
We willen al onze vrienden voor het feest (uitnodigen).Show answer
We willen al onze vrienden voor het feest uitnodigen.
Ik heb mijn moeder gisteren (opbellen).Show answer
Ik heb mijn moeder gisteren opgebeld.
Heb je je paspoort (meenemen)?Show answer
Heb je je paspoort meegenomen?
Hoe laat is de trein in Utrecht (aankomen)?Show answer
Hoe laat is de trein in Utrecht aangekomen?
Heeft Mark het pakketje al bij de buren (ophalen)?Show answer
Heeft Mark het pakketje al bij de buren opgehaald?