Skip to content
Dutch · Verbs in Past tense

Past Participles: Irregular Verbs

Irregular (strong) verbs form the participle with ge- + the stem + -en, often with a vowel change:

  • eten → gegeten, lezen → gelezen, schrijven → geschreven
  • drinken → gedronken, zingen → gezongen, zwemmen → gezwommen, vinden → gevonden
  • nemen → genomen, spreken → gesproken, helpen → geholpen

Some mixed verbs change the vowel and end in -t: brengen → gebracht, denken → gedacht, kopen → gekocht, zoeken → gezocht.

Learn the most common ones by heart: zijn → geweest, hebben → gehad, gaan → gegaan, doen → gedaan, zien → gezien, komen → gekomen.

Verbs starting with be-, ver-, ge-, her-, ont-, er- get no extra ge-: beginnen → begonnen, verliezen → verloren, vergeten → vergeten, begrijpen → begrepen.

Examples

  • Ik heb vanochtend een ei gegeten.
  • Heb je mijn bericht gelezen?
  • Ze hebben een huis in Utrecht gekocht.
  • Wij zijn vorige zomer naar Spanje gegaan.
  • Ben je je paraplu weer vergeten?

Try it yourself

Ik ben vorige week bij de tandarts (zijn).Show answer
Ik ben vorige week bij de tandarts geweest.
We hebben een fijne vakantie (hebben).Show answer
We hebben een fijne vakantie gehad.
Zijn jullie gisteren naar de bioscoop (gaan)?Show answer
Zijn jullie gisteren naar de bioscoop gegaan?
Mijn broer is gisteren op bezoek (komen).Show answer
Mijn broer is gisteren op bezoek gekomen.
Wat heb je in het weekend (doen)?Show answer
Wat heb je in het weekend gedaan?
Heb je die nieuwe film al (zien)?Show answer
Heb je die nieuwe film al gezien?
Heb je al (eten)?Show answer
Heb je al gegeten?
Ik heb vandaag te veel koffie (drinken).Show answer
Ik heb vandaag te veel koffie gedronken.
Ik heb dat boek twee keer (lezen).Show answer
Ik heb dat boek twee keer gelezen.
Ik heb een lange brief aan mijn oma (schrijven).Show answer
Ik heb een lange brief aan mijn oma geschreven.