Zum Inhalt springen
Niederländisch · Verben in der Vergangenheit

-d oder -t: Präteritum und Partizip

Vergangenheitsformen werden vom Stamm (Infinitiv minus -en) aus geschrieben, auch wenn ein auslautendes d wie t klingt.

  • Partizip: ge- + Stamm + -t nach einem 't-kofschip-Konsonanten (t, k, f, s, ch, p), sonst -d: gefietst, aber gepland, gebeld, gebeurd.
  • Bei v und z schaut man auf den Infinitiv: verhuizen → verhuisd, leven → geleefd, leefde.
  • Verdopple im Partizip nie den letzten Buchstaben: landen → geland, zetten → gezet, praten → gepraat, redden → gered. Das Präteritum behält die volle Endung: landde, zette, redde, antwoordde.
  • Verben mit be- oder ver- bekommen kein ge-: beantwoorden → beantwoord.
  • Verwechsle Partizip nicht mit Präsens: Wat is er gebeurd? (Was ist passiert?), aber Wat gebeurt er? (Was passiert gerade?). Präsens mit hij: Stamm + t: wordt, verhuist.

Beispiele

  • Wat is er gebeurd?
  • Wat gebeurt er?
  • We zijn naar Amsterdam verhuisd.
  • Het vliegtuig is op tijd geland.
  • Hij antwoordde meteen.

Jetzt bist du dran

Wat is er met je fiets (gebeuren)?Lösung anzeigen
Wat is er met je fiets gebeurd?
Wat (gebeuren) er nu?Lösung anzeigen
Wat gebeurt er nu?
Wij zijn vorig jaar naar Delft (verhuizen).Lösung anzeigen
Wij zijn vorig jaar naar Delft verhuisd.
Mijn zus (verhuizen) volgende maand naar Groningen.Lösung anzeigen
Mijn zus verhuist volgende maand naar Groningen.
Ik heb vandaag veertig kilometer (fietsen).Lösung anzeigen
Ik heb vandaag veertig kilometer gefietst.
Hebben jullie de vakantie al (plannen)?Lösung anzeigen
Hebben jullie de vakantie al gepland?
Ik heb mijn moeder gisteren (bellen).Lösung anzeigen
Ik heb mijn moeder gisteren gebeld.
Heb je het raam al (openen)?Lösung anzeigen
Heb je het raam al geopend?
Mijn opa (leven) van 1920 tot 2010.Lösung anzeigen
Mijn opa leefde van 1920 tot 2010.
Mijn tante heeft altijd gezond (leven).Lösung anzeigen
Mijn tante heeft altijd gezond geleefd.