Zum Inhalt springen
Niederländisch · Plural & Verkleinerungsformen

Verkleinerungsformen: -je, -tje, -pje, -etje

Eine Verkleinerungsform macht ein Substantiv klein, niedlich oder locker: kopje (Tasse), filmpje (kurzes Video), zonnetje (schöner Sonnenschein). Jede Verkleinerungsform ist ein het-Wort: de kop → het kopje, und nach een bekommt das Adjektiv kein -e: een klein balletje.

  • -je nach den meisten Konsonanten: kop → kopje, hond → hondje.
  • -tje nach einem Vokal, oder nach l, n, r, w, wenn diese auf langen Vokal, Diphthong oder unbetonte Silbe folgen: stoel → stoeltje, tafel → tafeltje. Finales a, o, u wird verdoppelt: auto → autootje.
  • -pje nach m, wenn dieses auf langen Vokal oder Diphthong folgt, sowie nach lm oder rm: boom → boompje, film → filmpje.
  • -etje nach kurzem Vokal + l, m, n, r oder ng: bal → balletje, zon → zonnetje, ring → ringetje.
  • Unbetontes -ing wird zu -inkje: koning → koninkje.

Alltägliche Favoriten: broodje, biertje, ijsje, momentje.

Beispiele

  • Mag ik een broodje kaas?
  • Zullen we een biertje drinken?
  • Een momentje, alstublieft.
  • De kinderen eten een ijsje op het strand.
  • Wat een lief hondje!

Jetzt bist du dran

Dat (kop) koffie was precies wat ik nodig had.Lösung anzeigen
Dat kopje koffie was precies wat ik nodig had.
Wil je een lekker (koek) bij de koffie?Lösung anzeigen
Wil je een lekker koekje bij de koffie?
Ik koop een klein (fles) water voor onderweg.Lösung anzeigen
Ik koop een klein flesje water voor onderweg.
Het (hond) van de buren blaft de hele dag.Lösung anzeigen
Het hondje van de buren blaft de hele dag.
Voor het feest koopt ze een rood (jurk).Lösung anzeigen
Voor het feest koopt ze een rood jurkje.
Dit (tas) is precies groot genoeg voor mijn telefoon.Lösung anzeigen
Dit tasje is precies groot genoeg voor mijn telefoon.
Heb jij het (kaart) voor de tram al gekocht?Lösung anzeigen
Heb jij het kaartje voor de tram al gekocht?
We varen met een oud (boot) door de grachten.Lösung anzeigen
We varen met een oud bootje door de grachten.
Op mijn bureau staat een groen (plant).Lösung anzeigen
Op mijn bureau staat een groen plantje.
Oma zit graag op dat oude (stoel) bij het raam.Lösung anzeigen
Oma zit graag op dat oude stoeltje bij het raam.