Niederländisch · Verben in der Gegenwart
Jij-Form: Werk jij? Werkt u?
Die Jij-Form ist normalerweise Stamm + t: jij werkt, jij woont. Aber wenn jij oder je direkt nach dem Verb kommt, verschwindet das -t. Das passiert in Fragen und wenn der Satz mit einem anderen Wort beginnt: Werk jij morgen? Waar woon je? Morgen ga je naar Utrecht.
- Nach dat, of oder als steht jij/je vor dem Verb, also bleibt das -t: Ik hoop dat je morgen komt.
- u behält das -t immer, auch in Fragen: Werkt u hier? Komt u uit Nederland?
- Unregelmäßige Verben: Ben jij? / jij bent / Bent u? und Heb jij? / jij hebt / Hebt u? oder Heeft u?
Die Regel gilt nur für jij/je: Werkt hij hier? behält sein -t.
Beispiele
- Woon jij in Amsterdam?
- Jij woont in Amsterdam.
- Woont u in Amsterdam?
- Morgen werk je thuis.
- Ik denk dat je gelijk hebt.
Jetzt bist du dran
(Werken) jij morgen?Lösung anzeigen
Werk jij morgen?
Jij (werken) morgen toch ook?Lösung anzeigen
Jij werkt morgen toch ook?
(Werken) u hier al lang?Lösung anzeigen
Werkt u hier al lang?
Waar (wonen) jij?Lösung anzeigen
Waar woon jij?
Jij (wonen) in Leiden, toch?Lösung anzeigen
Jij woont in Leiden, toch?
Waar (wonen) u, mevrouw Bakker?Lösung anzeigen
Waar woont u, mevrouw Bakker?
(Hebben) jij een pen voor mij?Lösung anzeigen
Heb jij een pen voor mij?
Jij (hebben) altijd goede ideeën.Lösung anzeigen
Jij hebt altijd goede ideeën.
(Hebben) u een momentje?Lösung anzeigen
Hebt u een momentje?
(Zijn) jij de nieuwe collega?Lösung anzeigen
Ben jij de nieuwe collega?
App
Sprachen
Magazin
Creator werden
Featuring-Programm
Partnerprogramm
Beta-Programm
one sec × LENGO
Kontakt & Hilfe
Über LENGO
Team & Jobs
Pressematerial
Datenschutz
Nutzungsbedingungen