Skip to content
Dutch · Verbs in Present tense

Irregular verbs ´zijn´ and ´hebben´

We will discuss two important irregular verbs: zijn (to be) and hebben (to have). You will see the present and past tense in the following schemes:

Zijn (To be)

ik ben/was
jij, je, u bent/was
*Ben jij?
hij, zij, ze, het is/was
wij, we zijn/waren
jullie zijn/waren
zij, ze zijn/waren

Notes:
1. When the sentence is in you-form (Jij, je, u) and as a question, the verb changes. This rule of verb change only applies to the you-form. In most cases you take off the -t at the end: Jij bent. > Ben jij?

Hebben (to have)

ik heb/had
jij, je, u hebt/had
*Heb jij?
hij, zij, ze, het heeft/had
wij, we hebben/hadden
jullie hebben/hadden
zij, ze hebben/hadden

Notes:
1. When the sentence is in you-form (Jij, je, u) and as a question, the verb changes. This rule of verb change only applies to the you-form. In most cases you take off the -t at the end: Jij hebt. > Heb jij?

Examples

  • ZIJN:
    Ik ben pas in December jarig.
    Was jij vorige week in Amsterdam?
    Hij is ´s avonds erg moe.
    Zij was twee uur lang op het sportveld.
    Wij waren erg blij met de nieuwe werkvloer.
  • HEBBEN:
    Ik heb twee auto´s in de garage.
    Jij had mijn dochter in het park gezien?
    Hij heeft een kat die van de straat komt.
    Jullie hadden de presentatie in de kantine.
    Ze hebben een grote overwinning met het voetbal.

Try it yourself

Ik in de badkamer.Show answer
Ik ben in de badkamer.
Hij een warme jas aan gisteren, toen we buiten waren.Show answer
Hij had een warme jas aan gisteren, toen we buiten waren.
Jullie een lange dag op het werk.Show answer
Jullie hebben een lange dag op het werk.
Jij gisteren op het feestje van mijn vriendin Geraldine.Show answer
Jij was gisteren op het feestje van mijn vriendin Geraldine.
Zij allemaal van hetzelfde sportteam in Haarlem.Show answer
Zij zijn allemaal van hetzelfde sportteam in Haarlem.
U een hoge reputatie goed te houden, meneer Spijkers.Show answer
U hebt een hoge reputatie goed te houden, meneer Spijkers.
Wie die meneer ook alweer die daar staat?Show answer
Wie is die meneer ook alweer die daar staat?
Wat een rommel. Ik het helemaal zat.Show answer
Wat een rommel. Ik ben het helemaal zat.
Jij vorige week een examen, toch?Show answer
Jij had vorige week een examen, toch?
We deze chocoladetaart op de tafel.Show answer
We hebben deze chocoladetaart op de tafel.

Keep learning