Zum Inhalt springen
Niederländisch · Verben in der Vergangenheit

Präteritum: regelmäßige Verben

Regelmäßige Verben bilden das Präteritum aus dem Stamm (Infinitiv minus -en) + -te oder -de. Pluralsubjekte (wij, jullie, zij) fügen -n hinzu: -ten / -den.

  • Endet der Stamm auf einen Konsonanten aus 't kofschip (t, k, f, s, ch, p): -te(n): werken → werkte, fietsen → fietste, koken → kookte.
  • Alle anderen Stämme: -de(n): wonen → woonde, spelen → speelde, bellen → belde.
  • Verben mit v oder z im Infinitiv nehmen -de, auch wenn der Stamm mit f oder s geschrieben wird: reizen → reisde, geloven → geloofde.
  • Ein Stamm, der auf t oder d endet, bekommt trotzdem die Endung, daher schreibt man tt oder dd: praten → praatte, wachten → wachtte, antwoorden → antwoordde.

Lange Vokale bleiben lang: maken → maakte, horen → hoorde.

Beispiele

  • Gisteren werkte ik thuis.
  • Vroeger woonden we in Den Haag.
  • Hij fietste elke ochtend naar zijn werk.
  • Vorige zomer reisde mijn zus door Frankrijk.
  • Wij praatten de hele avond.

Jetzt bist du dran

Gisteren (werken) ik tot zes uur.Lösung anzeigen
Gisteren werkte ik tot zes uur.
Vorige week (werken) mijn collega's elke dag tot laat.Lösung anzeigen
Vorige week werkten mijn collega's elke dag tot laat.
Mijn oma (wonen) vroeger in een klein dorp.Lösung anzeigen
Mijn oma woonde vroeger in een klein dorp.
Vroeger (wonen) wij in Leiden.Lösung anzeigen
Vroeger woonden wij in Leiden.
Als kind (fietsen) hij elke dag naar school.Lösung anzeigen
Als kind fietste hij elke dag naar school.
Vorige zomer (fietsen) wij door heel Nederland.Lösung anzeigen
Vorige zomer fietsten wij door heel Nederland.
Mijn vader (reizen) vroeger veel voor zijn werk.Lösung anzeigen
Mijn vader reisde vroeger veel voor zijn werk.
Vorig jaar (reizen) we door Indonesië.Lösung anzeigen
Vorig jaar reisden we door Indonesië.
Gisteren (regenen) het de hele dag.Lösung anzeigen
Gisteren regende het de hele dag.
Vroeger (spelen) ik vaak buiten.Lösung anzeigen
Vroeger speelde ik vaak buiten.