Zum Inhalt springen
Niederländisch · Plural & Verkleinerungsformen

Plural: -en oder -s

Die meisten niederländischen Substantive bilden den Plural mit -en oder -s, und jeder Plural bekommt den Artikel de.

  • -en ist der Standard nach einer betonten letzten Silbe: boek → boeken, stoel → stoelen, hand → handen.
  • -s folgt auf eine unbetonte Endung -el, -em, -en, -er oder -je: tafel → tafels, bezem → bezems, jongen → jongens, kamer → kamers, meisje → meisjes.
  • -'s folgt auf ein finales a, i, o, u oder y, damit der Vokal seinen langen Klang behält: auto → auto's, oma → oma's, baby → baby's.
  • Viele englische Lehnwörter fügen einfach -s an: computer → computers, laptop → laptops.

Bei getippten Antworten wird der Apostroph nicht geprüft (autos zählt), aber schreib immer auto's.

Beispiele

  • Op tafel liggen boeken en kranten.
  • De meisjes en de jongens spelen in de tuin.
  • Mijn opa maakt graag foto's van vogels.
  • Op kantoor werken we met laptops en computers.
  • Hoeveel kamers heeft het hotel?

Jetzt bist du dran

Ik heb drie (boek) over Amsterdam.Lösung anzeigen
Ik heb drie boeken over Amsterdam.
Rond de tafel staan zes (stoel).Lösung anzeigen
Rond de tafel staan zes stoelen.
Voor het station staan honderden (fiets).Lösung anzeigen
Voor het station staan honderden fietsen.
Heb je alle (deur) op slot gedaan?Lösung anzeigen
Heb je alle deuren op slot gedaan?
In de slaapkamer staan twee witte (kast).Lösung anzeigen
In de slaapkamer staan twee witte kasten.
Mensen hebben twee (hand) en twee voeten.Lösung anzeigen
Mensen hebben twee handen en twee voeten.
Ze krijgt altijd (bloem) voor haar verjaardag.Lösung anzeigen
Ze krijgt altijd bloemen voor haar verjaardag.
Zaterdag ga ik met drie (vriend) naar het strand.Lösung anzeigen
Zaterdag ga ik met drie vrienden naar het strand.
Mijn nieuwe (schoen) zijn te klein.Lösung anzeigen
Mijn nieuwe schoenen zijn te klein.
Door de storm rijden er vandaag geen (trein).Lösung anzeigen
Door de storm rijden er vandaag geen treinen.