Zum Inhalt springen
Niederländisch · Artikel

Het oder de

Im Niederländischen gibt es zwei Artikel: de und het.

Es gibt so gut wie keine Regeln dafür, wann man welchen Artikel verwendet, also muss man sie mehr oder weniger einzeln lernen. Es ist jedoch gut zu wissen, dass die Zahl der de-Wörter etwa doppelt so groß ist wie die Zahl der het-Wörter.

Hier sind drei Regeln, die Sie sich merken sollten:

  • Im Plural haben alle Substantive den bestimmten Artikel de.
  • Buchstaben und Zahlen haben immer den bestimmten Artikel de.
  • Diminutive Substantive haben immer den bestimmten Artikel het.

Beispiele

  • de fiets - de fietsen
    het station - de stations
  • de K
    de tien
  • het fietsje
    het stationnetje

Jetzt bist du dran

Ik vind antwoorden moeilijk.Lösung anzeigen
Ik vind de antwoorden moeilijk.
Hij had verbod genegeerd.Lösung anzeigen
Hij had het verbod genegeerd.
Daar wordt zitting gehouden.Lösung anzeigen
Daar wordt de zitting gehouden.
Hoe controleren we inhoud?Lösung anzeigen
Hoe controleren we de inhoud?
Wat vond je van tussenkomst van de burgemeester?Lösung anzeigen
Wat vond je van de tussenkomst van de burgemeester?
Wie regelt afsluiting van het feest?Lösung anzeigen
Wie regelt de afsluiting van het feest?
Dat is schaduwzijde van het verhaal.Lösung anzeigen
Dat is de schaduwzijde van het verhaal.
Hij kon tolerantie niet meer opbrengen.Lösung anzeigen
Hij kon de tolerantie niet meer opbrengen.
Dat kun je zien op schermpje.Lösung anzeigen
Dat kun je zien op het schermpje.
In de wei staat kalfje naast zijn moeder.Lösung anzeigen
In de wei staat het kalfje naast zijn moeder.